Rond de jaarwisseling zijn 670 vuurwerkslachtoffers behandeld op de Spoedeisende Hulpafdeling van een ziekenhuis. Dat is 5% minder dan vorig jaar. Bovendien zijn deze jaarwisseling geen doden te betreuren en zijn minder slachtoffers met ernstig letsel in een ziekenhuis opgenomen. In 4 jaar tijd is het aantal in ziekenhuizen behandelde vuurwerkslachtoffers gedaald met 40%.
Ondanks de afname van de ernstige letsels is het aantal deze jaarwisseling toch hoog. Van de vuurwerkslachtoffers is 14 procent in een ziekenhuis opgenomen.
Van alle slachtoffers heeft circa 3 op de 10 oogletsel opgelopen en 22 procent letsel aan het gezicht. De meeste vuurwerkslachtoffers (58 procent) zijn in de leeftijd van 10-30 jaar.
Van iets minder dan de helft van de slachtoffers is bekend dat zij geraakt zijn door andermans vuurwerk. Het merendeel van de slachtoffers weet niet of het letsel is veroorzaakt door zwaar professioneel vuurwerk of dat het consumentenvuurwerk is geweest.
Van circa 1 op de 5 de slachtoffers is bekend dat zwaar professioneel vuurwerk en zelfgemaakte vuurwerkbommen het letsel hebben veroorzaakt.
Aandachtspunten
Om de veiligheid rond de vuurwerktraditie te verbeteren, adviseert Consument en Veiligheid de aanpak van dit jaar te continueren. Deze richtte zich primair op het ontmoedigen van het afsteken van
zwaar professioneel knalvuurwerk en van zelfgemaakte vuurwerkbommen. Dit soort vuurwerkprojectielen is niet alleen betrokken bij de meest ernstige vuurwerkletsels, maar zorgen bovendien voor overlast,
schade en van toenemende afkeer bij mensen jegens de vuurwerktraditie.
Verder adviseren wij gemeenten en provincies door te gaan met het organiseren van spectaculaire vuurwerkshows door professionals als alternatief om jaarwisselingen anders te vieren. En het blijft belangrijk, gezien het hoge aandeel oogletsel, om mensen te stimuleren een vuurwerkbril te dragen.