Voor het eerst in deze eeuw is de instroom van zaken tegen minderjarige verdachten afgenomen, blijkt uit de jaarcijfers 2008 van het Openbaar Ministerie (OM). Het aantal zaken waarbij jeugd is betrokken daalde van 38.000 zaken in 2007 naar 35.500 in 2008, een vermindering van zes procent.
Die daling is groter dan de daling bij meerderjarigen (vier procent) en is dus niet alleen toe te schrijven aan algemene factoren. Waaraan dan wel? De instroomcijfers lopen terug: is dat nu goed nieuws of slecht nieuws? Waardoor wordt die daling veroorzaakt? En hoe valt het te rijmen met de stijging van de jeugdcriminaliteit en het toenemende aantal signalen uit de samenleving over jeugdige raddraaiers en crimineeltjes? We vroegen het enkele deskundigen.
Het woord is aan: Ton Liefaard, universitair docent bij het Willem Pompe Instituut voor Strafrechtswetenschappen van de Universiteit Utrecht; Bas Vogelvang, lector reclassering en veiligheidsbeleid, een lectoraat ondergebracht bij het Expertisecentrum Veiligheid van de Avans Hogeschool; Henk Ferwerda, criminoloog, politieonderzoeker en directeur van Bureau Beke; en Wim Slot, directeur van PI Research in Duivendrecht en bijzonder hoogleraar aan de Vrije Universiteit in Amsterdam.
Meer doorverwijzingen
Liefaard: 'Naar de werkelijke oorzaken van de dalende instroom blijft het gissen. Misschien dat er meer jongeren worden doorverwezen naar de jeugdzorg. Een andere oorzaak zou kunnen liggen in de gemaakte prestatie-afspraken bij de politie. Misschien dat de politie meer zaken zelf afdoet.' Ferwerda: 'Je hebt het hier feitelijk over een daling van de productiecijfers. Het is een afname van de workload of de instroom die het gevolg kan zijn van specifieke beleidsbeslissingen en niets zegt over de werkelijke omvang van de jeugdcriminaliteit.'
Vogelvang vindt juist wel dat de jeugdcriminaliteit iets lijkt af te nemen. “Hoewel iets minder, is ook het aantal volwassen rechtbankzaken gedaald. Er kan dus sprake zijn van een afnemende criminaliteit, zeker gezien het gegeven dat de ernstige criminaliteit (dat zijn vaker rechtbankzaken) is afgenomen. Ferwerda is het daar niet helemaal mee eens: 'Het aantal rechtbankzaken is hiervoor geen geschikte graadmeter. Je kunt veel beter kijken naar wat de politie registreert. Zoals het aantal geregistreerde incidenten waarbij minderjarigen zijn betrokken en het aantal pv’s. In combinatie met zelfrapportage door jongeren geeft dit een veel beter beeld van hoe het is gesteld met de jeugdcriminaliteit.'
Grotere pakkans
Vogelvang constateert wel een toegenomen pakkans: 'Op lokaal niveau worden problematische jeugdgroepen systematisch aangepakt. De pakkans voor deze jongeren neemt door deze keuzes toe, en daarbij gaat het vaak om lichtere zaken zoals vandalisme en ordeverstoring. Ook leidt dit vaker tot een Halt-verwijzing of OM-afdoening in plaats van een rechtbankzaak, vanwege de ernst van het delict, en vermoedelijk ook door het voorgestane lik op stuk beleid. Een officier van justitie legt daarom vaker een taakstraf op, die sneller kan starten. De focus verschuift meer naar vroeg ingrijpen en meteen straffen.'
Slot ziet daarentegen een grotere overheveling van zaken naar de civiele rechter: 'Politie en Justitie treden inderdaad steviger op tegen minderjarigen die vandalisme plegen of de openbare orde verstoren en hanteren een lik op stuk beleid. Er worden meer jongeren opgepakt voor relatief kleinere vergrijpen. De minderjarige met een proces-verbaal voor een lichte overtreding verwijst de officier van justitie vaker door naar de civiele rechter. Zeker als ze al bekend zijn bij een ketenpartner, zoals de Raad voor de Kinderbescherming.'
Afname detentie
Vogelvang vindt het positief dat er in absolute zin minder kinderen voor de rechter komen. 'Die jongeren krijgen nu eerder professionele begeleiding in combinatie met straf, en ontlopen mogelijke schade door detentie, wat de recidivecijfers kan verminderen.'
Liefaard beaamt: 'Het aantal opgelegde vrijheidsstraffen neemt inderdaad af. Een gunstige ontwikkeling. In de kern gaat het overigens best goed met de Nederlandse jeugd. Toch zeggen de OM-cijfers op zichzelf niet zo heel veel. De toepassing van het jeugdstrafrecht mag wel wat transparanter.'
Dit artikel verscheen in de Nieuwsbrief Programma Aanpak Jeugdcriminaliteit, jaargang 2, editie 3 (juli 2009).