Vechtpartijen, drugsbezit, intimidatie, pesterijen en andere misdrijven op school waren vijftien jaar terug een interne zaak. Tegenwoordig is dat compleet anders: gemeente, politie en bureau Halt zijn belangrijke spelers geworden in het veiligheidsbeleid op onderwijsinstellingen in de regio.
De (middelbare) school dopte voorheen zijn eigen boontjes. Tijdens lesuren was de onderwijsinstelling verantwoordelijk voor de leerlingen. De politie greep alleen in als het echt uit de klauwen liep. Na het afgaan van de laatste bel nam de politie de verantwoordelijkheid op straat over.
De gemeentes in de regio hadden weinig te maken met het reilen en zeilen op een school; bureau Halt was de organisatie die jongeren opving en begeleidde als zij gestraft werden.
"Het imago van een school stond hoog in het vaandel", zegt Paul Giesen. Hij is beleidsmedewerker Jeugd bij de Eindhovense politie.
"Incidenten werden onder de pet gehouden om de reputatie niet kwijt te raken. In die wereld trad de conciërge op als een soort politieman en de rector als strafrechter."
Anno 2009 kan een school dit zich niet meer permitteren. De schoolleiding is onder andere wettelijk verplicht tot het opstellen van een veiligheidsplan. Dit document, geschreven in samenwerking met Halt, is een handvat om de veiligheid op scholen te verbeteren. Openheid van zaken is het credo.
"Wij worden door sommige scholen zelfs uitgenodigd om een kijkje in de keuken te nemen. Dat was vroeger ondenkbaar. Het zegt wel iets over de houding van de scholen", stelt Johan Vermeulen van het Eindhovense Haltbureau.
Het gros van de Eindhovense middelbare scholen heeft een veiligheidsplan en daarmee loopt de stad voorop in Nederland.
De aanleiding voor het veiligheidsplan is de dodelijke schietpartij op het Haagse Terra College in januari 2004. Docent Hans van Wierden werd toen doodgeschoten door een leerling. De ontzetting was groot, vooral omdat juist die school een paar maanden daarvoor het predicaat 'veilig' kreeg. Sindsdien is de gedachtegang: het kan overal, op elke school gebeuren.
Er zijn wel andere factoren die meespelen. De komst van internet en mobiele telefonie bijvoorbeeld. Een school kan vechtpartijen niet binnenskamers houden als die op Youtube worden gezet door leerlingen.
Vanuit ouders en leerlingen bestaat ook een behoefte te weten hoe een school omgaat met veiligheid. "Ze zijn kritischer een school gaan uitkiezen en kijken daarbij naar veiligheid. Een school moet kunnen aantonen dat het in orde is en er aan wordt gewerkt", aldus Vermeulen.
Van een daadwerkelijke toename van geweld op scholen in Zuidoost-Brabant is echter nooit sprake geweest. Vermeulen: "Scholen zijn steeds transparanter over wat er gaande is. Dat wordt nogal eens verward met een stijging van geweld op scholen. Waar geen cijfers waren, zijn die er binnenkort wel."
Vermeulen doelt op één van de opmerkelijkste punten in het veiligheidsplan: de incidentenregistratie. Daarin worden een aantal dingen opgeteld: hoeveel vechtpartijen, vernielingen en pesterijen vonden plaats, bijvoorbeeld.
In samenwerking met politie en Halt kan dan worden geanalyseerd waarom er bijvoorbeeld in een bepaalde periode wordt gevochten op school.
Pleincollege De Burgh in Eindhoven houdt dat al twee jaar bij. Een korte inkijk in de cijfers laat veel zien: in het begin van het derde leerjaar zijn er relatief veel vechtpartijen onder derdeklassers.
"Dat komt omdat dan veel instromers binnenkomen en dat zorgt voor spanning", legt veiligheidscoördinator bij De Burgh, Johan van Noort, uit. Besloten is dat er een kort introductiekamp komt om de leerlingen aan elkaar te laten wennen.
Het Pleincollege is, zo stelt Giesen van de politie, de school die in Eindhoven als eerste kwam aankloppen voor hulp. "De reputatie van de school was tot een dieptepunt gezakt, maar sinds de samenwerking tussen ons is dat zienderogen verbeterd", stelt hij.
Kluisjes, jassen en tassen worden op het Pleincollege tweemaal per jaar doorzocht. "We vinden nauwelijks iets, hooguit een zakmesje, af en toe wat vuurwerk", vertelt veiligheidscoördinator Johan van Noort.
Er wordt op De Burgh 'vooral preventief gewerkt'. Camera's hangen in de fietsenstalling, spullen worden gecontroleerd en in de klas wordt een programma over 'sociaal verkeer' afgewerkt door mentoren.
"Dat wij dit doen is gegroeid vanuit de maatschappij. Alles moet worden verantwoord. Er zijn alleen echt niet meer excessen dan vroeger", meent Van Noort. "Mensen vragen en verwachten steeds meer en daar hebben ze gelijk in. Ik denk dat wij best goed zijn in het voldoen aan die eisen."