|
Home / Organisatie / Geschiedenis
GeschiedenisHet eerste Halt-bureau ging in 1981 in Rotterdam van start en maakte al snel een sterke groei door. Andere gemeenten hebben in de jaren daarop dit voorbeeld gevolgd. Het ministerie van Justitie boog zich in diezelfde periode over vandalisme en kleine criminaliteit in de rapporten van de Commissie kleine criminaliteit (1984, 1986) en het beleidsplan Samenleving en Criminaliteit (1985). De noodzaak om iets aan vandalisme en kleine criminaliteit te doen werd breed gevoeld. Tegelijkertijd liet de praktijk zien dat veel van dit soort zaken geseponeerd werd door het OM. Pedagogisch gezien is het echter juist voor jongeren van groot belang dat zij wél een reactie krijgen. Uiteindelijk heeft dit geleid tot de ondersteuningsmaatregel van het ministerie van Justitie voor Halt. In 1995 is de Halt-afdoening opgenomen in het Wetboek van Strafrecht. Artikel 77e van het Wetboek van Strafrecht beschrijft de Halt-afdoening als een politiesepot onder voorwaarden, onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Sinds die tijd wordt in iedere gemeente in Nederland de Halt-afdoening uitgevoerd. Ondanks het feit dat alle Halt-bureaus het concept van Halt Rotterdam overnamen en begonnen als gemeentelijk initiatief, waren er duidelijke verschillen bij de uitvoering van de Halt-afdoening. De preventieve activiteiten die van het begin af aan deel uitmaakten van het werk van de Halt-bureaus, laten ook een divers beeld zien. Dit is een logisch gevolg van de lokale invulling die centraal staat bij dit soort projecten. Van 2001 t/m 2009 behoorde de uitvoering van de Stop-reactie tot de taken van Halt. De Stop-reactie was een leerstraf voor 12-minners die een zogenaamd Halt-waardig delict pleegden. |
