Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA's)

Buitengewoon Opsporingsambtenaren (BOA’s) die hiervoor bevoegd zijn, kunnen jongeren verwijzen naar Halt. Zo werkt Halt samen met BOA’s aan een vroegtijdige en pedagogische aanpak van jongeren met grensoverschrijdend gedrag in de wijk.

BOA’s vervullen samen met politie een belangrijke rol als het gaat om de leefbaarheid en veiligheid in wijken. Zij hebben daarom ook een belangrijke taak in begrenzing van jongeren met grensoverschrijdend en strafbaar gedrag in de wijk. Aangewezen BOA’s zijn bevoegd om jongeren na bepaalde overtredingen naar Halt te verwijzen.

Verwijzing van BOA naar Halt kan:

  • Op structurele basis bij openbare dronkenschap (artikel 453) en alcohol voorhanden hebben of gebruiken op voor publiek toeganke­lijke plaatsen (artikel 45 Drank- en Horecawet), of
  • Op projectbasis; waarbij gemeente, politie en OM (lokale driehoek) bepalen welke BOA’s voor welke feiten jongeren naar Halt kunnen verwijzen in het kader van lokaal veiligheidsbeleid.

Het verschilt dan ook per gemeente wanneer een BOA voor een APV-feit een jongere naar Halt mag verwijzen. Bij een projectmatige aanpak moet het gaan om een lokaal probleem dat met een maximale projectduur van één jaar wordt aangepakt. Er wordt dan gewerkt met een projectplan.

Aanpak Halt

De Halt-straf is een pedagogische interventie voor jongeren van 12 tot 18 jaar die een strafbaar feit hebben gepleegd, zoals hinderlijk gedrag op openbare plaatsen of baldadigheid. Deze delicten leiden tot schade en gevoelens van onveiligheid. Tijdens gesprekken confronteert Halt de jongere en zijn ouders met zijn gedrag en de gevolgen daarvan. Daarnaast maakt de jongere relevante leeropdrachten, biedt excuus aan het mogelijk betrokken slachtoffer aan en vergoedt hij de eventuele schade. Halt betrekt de ouders bij de straf en spreekt hen aan op hun voorbeeldrol en verantwoordelijkheden.

Delen via: