Halt-feiten

In onderstaand overzicht staan de feiten waarvoor naar Halt kan worden verwezen en een korte uitleg van de regeling discretionaire bevoegdheid.

Overtredingen

Art. 424 Sr Baldadigheid D505
Art. 461 Sr Zich bevinden op verboden terrein D537
Art. 453 Sr Openbare dronkenschap D510/D530
Art. 72/73 Wet personenvervoer
Verstoren orde in openbaar vervoer P E120 t/m P E129A

APV-feiten

Baldadig en overlastgevend gedrag F120B
Softdrugs gebruiken of voorhanden hebben F171A
Lichte vormen van brandstichting H320

Misdrijven

Art. 1.2.2/2.3.6/1.2.4 Vuurwerkbesluit (Vuurwerkdelicten)
Art. 141 lid 1 Sr Openlijk geweld tegen goederen
Art. 142 lid 2 Sr Misbruik maken van alarmnummers
Art. 310/311 lid 1 onder 4e Sr (Winkel)diefstal en poging tot
Art. 321 Sr Verduistering en poging tot
Art. 326 Sr Oplichting (b.v. verwisselen prijskaartjes)
Art. 350 Sr Vernieling en graffiti
Art. 416/417bis Sr Heling

Maximale schadebedragen

Art. 141, 424, 350 Sr en art. 72 en 73 Wet personenvervoer en APV-feiten: € 900 p.p. en/of € 4.500 per zaak
Art. 310, 311 lid 1 onder 4e, 321, 326 en 416/417bis Sr: € 150 per jongere

Discretionaire bevoegdheid

Van genoemde criteria kan worden afgeweken door de officier van justitie als deze gebruik maakt van zijn discretionaire bevoegdheid. Dit is bijvoorbeeld mogelijk bij:

  • Hogere schadebedragen.
  • Andere delicten, zoals belediging van ambtenaar in functie (art. 267 jo 266 Sr), eenvoudige mishandeling (art. 300 Sr), bedreiging (art. 285 Sr) en alcohol voorhanden hebben of gebruiken op voor publiek toegankelijke plaatsen (art. 45 Drank- en Horecawet).
Delen via: