Veelgestelde vragen

Op deze pagina vind je een aantal veelgestelde vragen. Klik op de vraag voor het antwoord.

De Halt-straf

Tijdens de Halt-straf confronteert een Halt-medewerker in gesprekken de jongere met zijn gedrag en de gevolgen daarvan. Halt probeert jongeren te laten inzien dat zij zelf invloed kunnen uitoefenen op hun gedrag. Dit is niet het enige onderdeel van de Halt-interventie, want jongeren moeten ook hun excuses aanbieden aan hun slachtoffers, eventueel de schade vergoeden en in sommige gevallen volgt ook een werkstraf.

Het is belangrijk dat ouders aanwezig zijn bij de gesprekken. In het eerste gesprek bespreken jullie met de Halt-medewerker wat er is gebeurd. Ook wordt dan jouw straf bepaald. Ouders begeleiden je bij het aanbieden van excuses en het vergoeden van de eventuele schade. Als je minderjarig bent en een delict hebt gepleegd, moeten je ouders ook hun handtekening zetten onder de afspraken met Halt.

Een Halt-straf is geen verplichting, maar een alternatief. Als je in aanmerking komt voor een Halt-straf dan heb je de keuze tussen een afhandeling bij de officier van justitie of een Halt-straf. Als je niet akkoord gaat met jouw verwijzing naar Halt, dan wordt jouw zaak afgehandeld door de officier van Justitie. Je hebt dan wel een kans op een strafblad.

Sommige jongeren krijgen naast een Halt-straf ook een overlastboete. Want aangifte doen van een winkeldiefstal kost het personeel van de winkel tijd en geld. Service Organisatie Directe Aansprakelijkstelling (SODA) zorgt dat de jongere dit terugbetaalt. Deze zogenoemde overlastdonatie is geen onderdeel van Halt. Meer informatie hierover is te vinden op www.so-da.nl en www.overlastregistratie.nl.

Halt registreert persoonsgegevens* van ouder(s), jongeren en anderen die betrokken zijn bij de Halt-straf, om deze goed te kunnen uitvoeren. Als dat nodig is, deelt Halt persoonsgegevens van ouders en jongere met organisaties waarmee Halt samenwerkt, zoals de politie, het Openbaar Ministerie en de Raad voor de Kinderbescherming. Bij zowel de registratie als bij het delen van informatie met andere organisaties houdt Halt zich aan de privacyregelgeving. Halt bewaart de gegevens niet langer dan vijf jaar.

* Persoonsgegevens zijn alle gegevens die herleidbaar zijn naar een persoon. Bijvoorbeeld: naam, adres en telefoonnummer, maar ook de naam en geboortedatum van ouders. Deze gegevens worden digitaal opgeslagen. Halt legt niet méér gegevens vast dan nodig is.

Wanneer een jongere zijn Halt-straf positief afrondt, is er geen probleem bij het krijgen van een Verklaring omtrent het Gedrag (VOG). Een VOG kan je soms nodig hebben voor een baan of opleiding. Er zijn echter opleidingen, stages en banen waarvoor de politie een onderzoek (screening) moet doen. Denk aan een opleiding voor beveiliger of stewardess, of een stage of baan bij politie of marechaussee. Bij een screening mag de korpschef de Halt-straf meewegen in zijn beslissing. Hij kijkt dan naar het strafbare feit, de omstandigheden waaronder het feit is gepleegd, de kans op herhaling en recente persoonlijke ontwikkelingen.

Het is onjuist als een opleiding op haar website of in de brochure vermeldt dat een jongere niet wordt toegelaten als hij/zij een Halt-straf heeft gehad. Hiervoor moet namelijk een afweging gemaakt worden door de korpschef (zie hierboven). Let wel: soms kan die afweging wel leiden tot een weigering. Als je geweigerd wordt voor een opleiding, stage of baan en je bent het hier niet mee eens, dan kun je bezwaar maken.

Zodra wij de zaak van de politie hebben ontvangen, ontvangt u van Halt een brief en schadeformulier. Het kan zijn dat uw zaak nog niet door ons is ontvangen. U kunt uiteraard contact opnemen met Halt via 088-115 30 00 of info@halt.nl om dit na te gaan. Om dit goed te kunnen doen is het belangrijk dat u het registratienummer van uw proces-verbaal bij de hand heeft.

Op de pagina Cijfers vindt u per gemeente het aantal Halt-verwijzingen van de afgelopen paar jaar.

Training Sport en Gedrag

Als je via de KNVB bent doorverwezen naar Halt, krijg je de training Sport en Gedrag I of II aangeboden. Welke training je krijgt aangeboden, hangt af van de overtreding die je hebt begaan.

Hiervan is sprake bij verbaal of fysiek geweld tegen eigen teamleden, tegenspelers, scheidsrechters, trainers of omstanders, zoals:

  • Buiten een duel om trappen of slaan.
  • Het geven van een kop-, elleboog- of kniestoot.
  • De bal in het gezicht duwen, gooien of trappen.
  • Ruw wegduwen.
  • Uiten van grove beledigingen en discrimineren.
  • Uiten van bedreigingen.
  • Spuwen naar iemand.

De training Sport en Gedrag I bestaat uit drie fases. Eerst heeft de Halt-medewerker een startgesprek met de speler en zijn ouder(s). De jongere maakt in deze bijeenkomst onder andere een profiel om bewust te worden van zijn gedrag. Daarna maken de Halt-medewerker, de jongere en eventueel zijn ouders afspraken over de tweede fase. De tweede fase bestaat uit het oefenen en voeren van een excuusgesprek met het slachtoffer. Ook moet de jongere een leeropdracht uitvoeren, bijvoorbeeld het geven van een presentatie over gedragsregels bij zijn voetbalvereniging. In de laatste fase evalueert de speler het traject met Halt en stelt hij een gedragscode voor zichzelf op.

In de eerste bijeenkomst maken Halt, de jongere en eventueel zijn ouders afspraken over de rest van de training. Die kan bestaan uit het maken van een profiel, excuses aan het slachtoffer aanbieden en een boosheidscontroletraining volgen. Een boosheidscontroletraining is een individuele gedragstraining van acht sessies van 45 minuten per sessie. Ook kan de jongere een werkopdracht uitvoeren bij de vereniging. Zoals junioren trainen op sportiviteit of het fluiten van wedstrijden. Tot slot evalueert de jeugdspeler het traject met Halt en stelt hij een gedragscode voor zichzelf op.

Training I duurt in totaal ongeveer vijf à zes uur. Hoelang training II duurt hangt af van lengte van de schorsing. Deze kan variëren van enkele maanden tot drie jaar. De training zelf varieert hierdoor van enkele gesprekken tot 12 gesprekken, excuus aanbieden en werkopdracht bij club.

De Halt-medewerker bepaalt samen met de jongere waar de gesprekken plaatsvinden. Dit kan op een kantoor van Halt zijn of bijvoorbeeld op de club. De gesprekken vinden niet onder schooltijd plaats.

Het doel van de training is om het gedrag van onsportieve spelers te beïnvloeden door ze bewust te maken van hun eigen gedrag en de gevolgen daarvan. Daarnaast leren ze wat er nodig is voor sportief gedrag en het in bedwang houden emoties en verkeerd gedrag. Zo willen we herhaling van het gedrag voorkomen en zorgen voor genoegdoening voor de slachtoffers.

Als de training I succesvol wordt afgerond, worden vier wedstrijden van de schorsing ‘kwijtgescholden’. Bij vijf wedstrijden uitsluiting mag de speler dus na één wedstrijd op de bank weer voetballen. Bij zes wedstrijden uitsluiting na twee wedstrijden, et cetera. Als de jongere zich niet aan de afspraken houdt, wordt de training negatief afgerond en krijgt de speler de volledige uitsluiting. Als de speler de training II goed afrondt, dan wordt maximaal de helft van de straf omgezet in een voorwaardelijke straf. Als de speler de training niet positief afrondt, dan wordt het voorwaardelijke deel van de straf omgezet in onvoorwaardelijk en krijgt de speler de gehele straf.

Een training Sport en Gedrag wordt niet opgenomen in de justitiële documentatie. De jeugdspeler krijgt dus in geen enkel geval een ‘strafblad’. En een training Sport en Gedrag is geen beletsel voor het krijgen van een VOG (Verklaring omtrent het Gedrag) die je voor een baan of opleiding nodig kan hebben.

Werkstuk of spreekbeurt

We vinden het leuk als je een werkstuk maakt of spreekbeurt houdt over Halt! We helpen je graag met het vinden van de juiste informatie. Kijk hiervoor op de pagina Werkstuk of spreekbeurt.

Halt-medewerkers zijn veel onderweg voor de voorlichtingen en gesprekken met jongeren en ouders. Zij kunnen daarom helaas geen interviews geven aan scholieren. Antwoorden op vragen die je niet op deze site kunt terugvinden, kun je alsnog per e-mail stellen via info@halt.nl.

Overige

Onder Jeugdcriminaliteit valt gedrag van jongeren van 12 tot 18 jaar waarmee bepaalde - in wetboeken vastgelegde - normen worden overtreden en waarop een straf staat.

Halt wil graag jonge mensen de kans geven om werkervaring op te doen. Dat vinden we een belangrijke maatschappelijke taak waar Halt een bijdrage aan wil leveren. Lees hier meer over de stageplekken bij Halt.

Delen via:

Heb je nog vragen?

Onze teams staan je graag te woord van ma t/m vr van 08:00 - 17:00 uur. Neem contact met ons op.